Sieraden maken de vrouw
Bij de Zeeuwse dracht en ook bij vele andere drachten droegen vrouwen prachtige sieraden. Het dragen van sieraden had soms een praktische functie, maar diende vooral om zich te sieren, paste bij bepaalde ceremoniën en vormde ook een middel om zich te onderscheiden. Elke vrouw had wel enkele halssnoeren van bloedkoralen of granaten halssnoeren met ronde of vierkante gouden sloten. 

Bloedkoralen, granaten, gitten, rijgen, sloten....



Bloedkoraal

Koralen komen in verschillende kleuren voor. Het meest bekende is het edelkoraal, in het algemeen bekend als bloedkoraal. Bloedkoraal groeit in zee en wordt in ruwe vorm met een speciaal net opgevist. Het werd gesorteerd op grootte, kleur en kwaliteit en daarna bewerkt. Er werden kralen van gemaakt en stenen, bestemd voor sieraden. De kleur van de bloedkoraal kan sterk variëren, van wit, roze, rood, bruirood tot donkerrood.  De ‘echte’ bloedkoraal heeft ook van binnen dezelfde kleur. De kralen die in de streekdrachten voorkomen hebben een ton- of kaasmodel of een vorm die daar tussen ligt. Er wordt gezegd dat je aan de kleur van de bloedkoraal, bij intensief dragen, kan zien of je gezond bent. Bloedkoraal zou een geneeskrachtige werking hebben en tegen onheil beschermen.

Granaat
Halverwege de 19de eeuw vond men het modieuzer en chiquer om granaten en glasgranaten te dragen. In sommige delen van Nederland verdween de bloedkoraal, maar in Zeeland bleef men er trouw aan. In het laatste kwart van de 19de eeuw werd de dracht steeds minder kleurrijk en de granaat paste daar goed bij. De rode gloed van de echte granaat werd soms benadrukt door de kralen aan een rood koord te rijgen.

Granaat is een groep van verschillende mineralen, vaak roodbruin tot groen van kleur. De ruwe granaat werd gevonden door de ontginning van granaathoudende gronden. Dit deed men door het puin uit de opgegraven grond te wassen en de granaatkristallen er uit te zoeken. Dit werd op kleur, soort en kwaliteit gesorteerd. De ruwe granaat werd facet geslepen en voorzien van een gat. De antieke granaten zijn fijner facet geslepen t.o.v. de nieuwe granaten, waardoor de oude granaten meer glanzen. Het is lastig te zien of het om echte granaten gaat of om glaskralen (gitten). Glasgranaten hebben vaak een overdreven rode kleur, de vorm is vaak gelijk maar geperste kralen hebben een naad in het midden.

Gitten
1. extreem lichte zwarte of donkerbruine gecarboniseerde delfstof, gebruikt voor sieraden.
2. doffe kralen van zwart glas voor in de rouw.
3. op Walcheren een veelgebruikt dialectwoord voor een granaten halssnoer.

Rijgen
De snoeren werden op verschillende dikte van draad geregen al naar gelang de grootte van de kraal. Meestal werden er knoopjes gelegd tussen de kralen. Knopen was niet altijd mogelijk als het gat van de kraal te groot was. Het koord brak regelmatig omdat er bij het doorboren van de kralen kleine oneffenheden in de kralen achterbleven. Aan het einde van de 19de eeuw werd het mode om granaten aan zilverdraad te rijgen; later ook gouddraad

Het slot
Voor sommige sloten gebruikte de goudsmid filigraintechniek, een versiering van flinterdun goud- of zilverdraad (filum) en kleine korreltjes (granum). Met draad kan men als het ware borduren. Cantille is een bepaalde vorm van filigrain: een dunne draad wordt opgewonden tot een spiraal, als deze wordt doorgeknipt ontstaan er kleine kransjes. Dit werd ook gebruikt voor het ‘Zeeuwse knopje’. Ook komt granulatie veel voor, een techniek waarbij kleine ronde bolletjes worden verwerkt. Elke streek had zijn eigen karakteristieke slot. In sommige streken droegen de welgestelden een extra gouden, gegraveerd haakslot van cantille. Het haakslot bood een verscheidenheid aan graveringen, zoals zwanen, rozen, andere bloemen en symbolen. De sloten met de zwaantjes zijn de oudste.

Copyright © 2011 Zeeuwse Sier.